Hoezo is paritair passé?

Loading...
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

‘Het paritaire model kan echt niet meer’, luidde een van de krantenkoppen in november 2019. In het bewuste artikel stelde Paul Frentrop, senator in de Eerste Kamer, dat het dualistisch paritaire pensioenmodel moet verdwijnen. Hij vindt het onhoudbaar dat vakbonden en werkgevers samen besluiten hoe pensioenfondsen worden bestuurd. Daarnaast vermeldde hetzelfde krantenartikel dat Paul Frentrop het eerder in de senaat een ‘ernstige omissie’ in het pensioenakkoord noemde dat de kwaliteit van het pensioenfondsbestuur buiten beschouwing blijft’.
Pensioenfondsen kunnen sinds 2014 kiezen uit maar liefst vijf bestuursmodellen. Elk bestuursmodel zorgt voor een andere governance inrichting van het pensioenfonds. Het gekozen model beïnvloedt daarom de governance van pensioenfondsen in hoge mate. Heeft Paul Frentrop gelijk en kan het dualistisch paritair model echt niet meer? Door het in juni 2019 gesloten pensioenakkoord en de discussies over kortingen bij pensioenfondsen, staan pensioenfondsen in het brandpunt van de maatschappelijke aandacht. Toch weten weinig mensen wat hier nu eigenlijk speelt.

Het is mijn veronderstelling dat een goede governance leidt tot betere pensioenresultaten voor de deelnemer

Een goede governance is dus, net als bij andere organisaties, ook bij pensioenfondsen van wezenlijk belang.
In dit eerste artikel van het tweeluik over de governance van pensioenfondsen verken ik daarom het begrip governance, het doel van pension fund governance, de vijf mogelijke bestuursmodellen, de introductie van sleutelfuncties en de trends en ontwikkelingen in de governance van deze sector. In het tweede deel, dat in de volgende uitgave van dit blad zal verschijnen, sta ik stil bij wat andere sectoren kunnen leren van de pensioensector.

Betekenis governance
Volgens Wikipedia is het woord governance afgeleid van het Griekse werkwoord κυβερνάω ( kubernáo ), wat sturen betekent. Governance is een oorspronkelijk Engelstalig begrip dat duidt op de handeling of de wijze van besturen, de gedragscode, het toezicht op organisaties. Het wordt in verband gebracht met beslissingen die verwachtingen bepalen, macht verlenen of prestaties verifiëren. Het bestaat ofwel uit een afzonderlijk proces, ofwel uit een specifiek deel van management- of leiderschapsprocessen, aldus Wikipedia.

Wet versterking bestuur pensioenfondsen
De governance van pensioenfondsen is belegd in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp) die per 1 juli 2014 volledig in werking is getreden, in de Code Pensioenfondsen 2018 en in lagere wetgeving. Het doel van de Wvbp was de deskundigheid van het pensioenfondsbestuur te verbeteren, het intern toezicht te versterken en een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers tot stand te brengen. Door de ruimere mogelijkheid om deskundigen op te nemen in het bestuur, de instelling van een Raad van Toezicht en het verplicht opnemen van pensioengerechtigden in het paritaire bestuur, bood de wet een basis voor kwaliteitsverbetering. Per 13 januari 2019 is de governance van pensioenfondsen verder versterkt door de invoering van de zogenaamde sleutelfuncties, ten gevolge van de inwerkingtreding van de IORP II richtlijn (Institutions for Occupational Retirement Provision). Waar we het hierna hebben over pensioenfondsen, bedoelen we de ondernemingspensioenfondsen (OPF), bedrijfstakpensioenfondsen (BPF) en de algemeen pensioenfondsen (APF). De governance van beroepspensioenfondsen is deels afwijkend en wordt in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Invloed op pensioenresultaat
Pensioenfondsen hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. De bestuurlijke inrichting van organisaties is altijd van invloed op het resultaat. Dat geldt ook voor pensioenfondsen. Het is daarom mijn veronderstelling dat een goede governance leidt tot betere pensioenresultaten voor de deelnemer. Een sterke governance met een bestuursmodel dat past bij het pensioenfonds, is dus een must.

Vijf bestuursmodellen
Pensioenfondsen kunnen sinds de invoering van de Wvbp kiezen uit twee dualistische modellen en drie one-tier boards (gemengde modellen). Deze vijf modellen betreffen (1) het dualistisch paritair model, (2) het gemengd paritair model, (3) het omgekeerd paritair model, (4) het dualistisch onafhankelijk model en (5) het gemengd onafhankelijk model. In al deze modellen is de pariteit – in meerdere of mindere mate – gewaarborgd. De gedachte is dat de noodzakelijke binding met de achterban – om ‘het maatschappelijk product pensioen’ door pensioenfondsen als financiële instelling zo goed mogelijk te laten uitvoeren – hierdoor gewaarborgd wordt.

De trend naar meer onafhankelijke bestuurders in pensioenfondsbesturen lijkt door te gaan

Alhoewel de Wvbp maar een aantal wetsartikelen behelst, wordt de toepassing ervan in de praktijk als complex wordt ervaren. Voor een goed begrip is in het kader een beschrijving van deze modellen opgenomen, met daarin het bestuur, intern toezicht en de medezeggenschap/verantwoording.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Gerelateerde artikelen: