De vijf bestuursmodellen

Loading...
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Dualistisch paritair model
In het dualistisch paritair model bestaat het bestuur uit de vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden (belanghebbenden) met de mogelijkheid om maximaal twee externe beroepsbestuurders toe te voegen. Met externe beroepsbestuurders worden onafhankelijke bestuurders bedoeld, die geen enkele binding hebben met het pensioenfonds. Het intern toezicht op dit paritaire bestuur wordt gehouden door een Raad van Toezicht of een visitatiecommissie. De visitatiecommissie is slechts toegestaan bij ondernemingspensioenfondsen met een belegd vermogen tot 1 miljard euro en bij ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen die volledig verzekerd zijn bij een verzekeraar. Zowel de Raad van Toezicht als de visitatiecommissie bestaat uit drie onafhankelijke (externe) natuurlijke personen.
De Raad van Toezicht heeft net als de visitatiecommissie tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. De Raad van Toezicht is ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur. Zij legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan c.q. het belanghebbendenorgaan en de werkgever. De Raad van Toezicht staat het bestuur tevens met raad terzijde. Daarnaast heeft de raad goedkeuringsrechten op een aantal onderwerpen, zoals neergelegd in de Pensioenwet.
De medezeggenschap en verantwoording is in dit model geregeld in het zogenaamde verantwoordingsorgaan (VO). Hierin hebben vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden zitting. Ook de werkgever (of een vertegenwoordiging daarvan) kan deel uitmaken van het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of Het VO heeft een aantal bij wet genoemde rechten. Zo heeft het VO over een aantal in de Pensioenwet genoemde onderwerpen adviesrecht. Hierbij vraagt het bestuur het advies aan het VO op een zodanig tijdstip, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op deze besluiten. Daarnaast heeft het VO de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht over het door het bestuur gevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur hierop, bekendgemaakt en in het bestuursverslag opgenomen. Iedere deelnemer en belanghebbende kan via de websites van de pensioenfondsen van dit oordeel kennisnemen.
In de Code Pensioenfondsen 2018, die onderdeel uitmaakt van de lagere wetgeving en als zodanig verplicht moet worden gevolgd (comply) tenzij onderbouwd wordt afgeweken (explain), is nu geregeld dat leden van het VO slechts kunnen worden ontslagen door het VO zelf en niet door het bestuur.

Gemengd paritair model
Het intern toezicht vindt in dit bestuursmodel plaats binnen het bestuur, ofwel in het niet uitvoerend bestuur (NUB). Het NUB en het uitvoerend bestuur (UB) samen vormen het bestuur. Het NUB bestaat uit ten minste drie onafhankelijke (externe) natuurlijke personen. Het UB bestaat uit de belanghebbenden met ook, net als in het dualistisch paritair model, de mogelijkheid om maximaal twee externe beroepsbestuurders toe te voegen. De medezeggenschap en verantwoording is in dit model identiek aan het paritaire model geregeld, dus ook belegd in het verantwoordingsorgaan.

Omgekeerd gemengd paritair model
Dit is het omgekeerde model van het hiernaast genoemde gemengd paritair model. Dat betekent dat het intern toezicht, het NUB, wordt gevormd door de belanghebbenden met de mogelijkheid om maximaal twee externe beroepsbestuurders toe te voegen. Het UB bestaat in dit model uit ten minste twee onafhankelijke (externe) natuurlijke personen. In dit bestuursmodel is daarnaast een onafhankelijk voorzitter verplicht. In dit model stelt het NUB verplicht een door anderen bemenste auditcommissie bedrijfseconomische aspecten en risicobeheer in, tenzij DNB daar ontheffing van verleent. Deze auditcommissie adviseert het NUB, om zodoende voldoende countervailing power te kunnen bieden aan het UB. De auditcommissie is in ieder geval belast met toezicht op de risicobeheersing, het beleggingsbeleid en de financiële informatieverschaffing door het fonds. De medezeggenschap en verantwoording is belegd in het verantwoordingsorgaan.

Dualistisch onafhankelijk model
Het bestuur van dit model bestaat uit ten minste twee externe beroepsbestuurders. Net als in het dualistisch paritair model vormt of de Raad van Toezicht of een visitatiecommissie het intern toezicht. In het belanghebbendenorgaan (BO), waarin de belanghebbenden zitting hebben, is de medezeggenschap en verantwoording van dit model geregeld. Het BO heeft een aantal adviesrechten, een aantal goedkeuringsrechten op belangrijke onderwerpen en net als het VO een oordeelsvormende taak. Dit bestuursmodel wordt met name gebruikt door de APF’en, die sinds 1 januari 2016 kunnen worden opgericht.

Gemengd onafhankelijk model
Ook dit model wordt met name gebruikt door de APF’en. In dit model wordt zowel het UB als het NUB gevormd door onafhankelijke externe beroepsbestuurders/toezichthouders. Het NUB bestaat uit ten minste drie en het UB uit ten minste twee natuurlijke personen. Ook hier is de medezeggenschap en verantwoording geregeld in het BO.
verklaart dat het fonds het goed heeft gedaan. Een pensioenfonds schakelt meestal ook een adviserend actuaris in die het fonds gedurende het jaar bijstaat. De adviserend en de certificerend actuaris mogen niet dezelfde zijn.
De risicobeheerfunctie en de actuariële functie kunnen door dezelfde persoon worden uitgeoefend, behalve als hij of zij naast het uitoefenen van de actuariële functie ook certificerend actuaris is.
De interne auditfunctie kan niet met een andere sleutelfunctie worden gecombineerd, omdat deze ook toeziet op de andere twee functies. Het pensioenfonds moet de houders van de drie sleutelfuncties in staat stellen deze functies op een objectieve, eerlijke en onafhankelijke manier te vervullen.
Voor de drie sleutelfunctiehouders heeft DNB aparte geschiktheidseisen gepubliceerd die proportioneel worden toegepast, al naar gelang de omvang, aard, schaal en complexiteit van de werkzaamheden. Helikopterzicht, onafhankelijke oordeelsvorming, authenticiteit, communicatief vermogen, overtuigingskracht en omgevingssensitiviteit zijn de kernwoorden bij de vereiste competenties.
De houders van de drie sleutelfuncties rapporteren materiële bevindingen en aanbevelingen aan het pensioenfondsbestuur. Indien de houder van een van de drie functies tevens bestuurder is van het pensioenfonds, worden de materiële bevindingen en aanbevelingen ook gerapporteerd aan de Raad van Toezicht of de visitatiecommissie.
De houders van de risicobeheerfunctie, interne auditfunctie of actuariële functie melden het de toezichthouder (DNB) zo spoedig mogelijk indien het bestuur van het pensioenfonds niet tijdig passende corrigerende maatregelen treft, nadat het bestuur op de hoogte is gesteld van (a) een substantieel risico dat het pensioenfonds niet aan een bij of krachtens de wet gesteld vereiste van significante betekenis zal voldoen en dit ernstige gevolgen kan hebben voor de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden, of (b) een significante inbreuk op de voor het pensioenfonds en zijn activiteiten geldende bij of krachtens de wet gestelde vereisten.
In praktijk zien we, in lijn met de voorkeur van DNB, dat vooral gekozen wordt voor het invullen van de sleutelfuncties door bestuurders. In dat geval treedt er hiërarchie op in het bestuur. De bestuurder heeft immers nog een sleutelfunctierol met de daarbij behorende bevoegdheden. Wij zijn benieuwd hoe met deze functiedubbeling wordt omgegaan. Hoe zal bijvoorbeeld worden omgegaan met de evenwichtige belangenafweging, zoals bepaald in artikel 105 lid 2 Pensioenwet, waarbij de belangen van alle belanghebbenden door het bestuur telkens moeten worden afgewogen? De praktijk zal het leren.

Trends en ontwikkelingen
Sinds de inwerkingtreding van de Wvbp zijn er zowel vanuit de wetgever als vanuit de pensioensector een aantal ontwikkelingen en trends waar te nemen om de governance verder te verstevigen.
Van visitatiecommissie naar Raad van Toezicht
Per 1 januari 2019 verplicht de Pensioenwet ondernemingspensioenfondsen met een paritair of dualistisch onafhankelijk bestuur met meer dan 1 miljard euro beheerd vermogen een Raad van Toezicht in te stellen. Een visitatiecommissie is bij die fondsen niet meer mogelijk.
Van paritair naar paritair plus
In de Pensioenwet is de mogelijkheid opgenomen om in het paritaire bestuursmodel, naast de paritaire bestuurders ook maximaal twee externe bestuurders op te nemen. Steeds meer paritaire besturen maken gebruik van deze mogelijkheid. Bij grote pensioenfondsen vanwege de complexiteit. Bij kleinere pensioenfondsen ook vanwege de problemen om geschikte paritaire bestuurders te vinden met voldoende kennis, vaardigheden en tijd. Overigens zien we ook dat deskundigen (vaak professionals uit het pensioenveld) namens een geleding, bijvoorbeeld de werkgever, in het bestuur worden voorgedragen voor paritaire bestuurszetels. Dit is anders dan bij een externe bestuurder, omdat deze deskundige in het bestuur zetelt als paritair bestuurder en dezelfde wettelijke status heeft als de andere paritaire bestuurders.
Van paritair naar omgekeerd gemengd
In opdracht van SZW voerden Swalef en Regioplan een evaluatie uit van de Wvbp. Deze werd op 8 maart 2018 gepubliciteerd. Hieruit blijkt dat eind 2016 de overgrote meerderheid (89 procent) van de pensioenfondsen het zogenaamde dualistisch paritaire bestuursmodel hanteerde. 9 Procent gebruikte het voor deze sector nieuw geïntroduceerde one-tier model (gemengd bestuursmodel). Opmerkelijk was dat bestuurders die gebruikmaken van de one-tier board daar heel tevreden over zijn. Paritaire bestuurders waren juist wat afhoudend ten aanzien van de gemengde modellen. In de praktijk zien we echter dat sinds deze evaluatie steeds meer paritaire besturen overstappen naar het gemengd model. Met name wordt het omgekeerd gemengd model als nieuw bestuursmodel gekozen.
Onafhankelijke besturen
Ieder jaar liquideren een flink aantal pensioenfondsen. Een aantal hiervan kiest ervoor om de pensioenverplichtingen door middel van collectieve waardeoverdracht onder te brengen in een APF. De bestuurders en/ of leden van de verantwoordingsorganen nemen dan vaak plaats in het belanghebbendenorgaan. Deze APF’ en worden bestuurd door onafhankelijke besturen.
Diversiteit
Een zorgvuldige samenstelling van pensioenfondsorganen is noodzakelijk om de kwaliteit van besluitvorming te verbeteren. Uit de evaluatie van de Wvbp en de Code Pensioenfondsen blijkt dat de diversiteit van pensioenfondsbesturen, intern toezicht en verantwoordingsorganen een extra impuls nodig heeft. Daarop hebben de Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie op 14 november 2018 een plan van aanpak gepubliceerd.
Ook is in de herziene Code Pensioenfondsen 2018 aan norm 33 toegevoegd dat het bestuur een stappenplan opstelt om diversiteit in het bestuur te verbeteren.
Geschiktheid verantwoordingsorganen
Alhoewel de wetgever de verantwoordingsorganen niet verplicht te voldoen aan geschiktheidsniveau A, willen steeds meer VO-leden zelf aan dit niveau voldoen om tot betere oordeelsvorming, betere adviezen en meer countervailing power te komen.

Conclusie
Toenemende eisen aan de governance worden in de praktijk steeds als één van de belangrijkste reden genoemd voor de toenemende consolidatie van pensioenfondsen. Aan de andere kant professionaliseren de resterende pensioenfondsen zich steeds verder. Dat bevordert naar verwachting uiteindelijk de pensioenresultaten, hetgeen immers het bestaansrecht van een pensioenfonds is.
De trend naar meer onafhankelijke bestuurders in pensioenfondsbesturen lijkt door te gaan. Betekent dit dan het einde van het paritaire model? Laten we even teruggaan naar de opmerking van Paul Frentrop aan het begin van dit artikel: ‘Het paritaire model kan echt niet meer’. De wetgever heeft, zoals we zagen in de beschrijving van de bestuursmodellen, de pariteit in alle bestuursmodellen in meerdere of mindere mate geborgd. Wanneer de wetgever geen nieuwe bestuursmodellen introduceert – wat de verwachting is – zal deze pariteit dus toch behouden blijven.

Bronnen

Over de auteur
Mr. Monica Swalef is managing partner, senior pensioenjurist en opleider bij Swalef en arbiter.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Gerelateerde artikelen: