Acht wijzigingen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr) toegelicht

Op 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr) in werking getreden. De WBTR heeft gevolgen voor bestuurders en toezichthouders bij met name verenigingen, coöperaties en stichtingen. Thies de Kroon en Joost Kramer lichten enkele belangrijke wijzigingen van de Wbtr uit.

De Wbtr vindt grotendeels zijn oorsprong in het rapport ‘Een lastig gesprek’ van de Commissie-Halsema. Deze commissie heeft vastgesteld dat de taakomschrijving en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van met name verenigingen en stichtingen in de semipublieke sector een nadere concretisering in de wet behoeft. Met de Wbtr beoogt de overheid daarom de kwaliteit van het bestuur en het toezicht voor de rechtspersonen vereniging, coöperatie en de stichting te verbeteren.

Voor het overzicht hebben wij de enkele belangrijke wijzigingen die de Wbtr meebrengt hieronder uitgelicht:

1. Een uniforme grondslag voor het monistische bestuursmodel (one-tier board)
Waar vele stichtingen en verenigingen in de praktijk al gebruikmaken van een monistisch bestuursmodel, ontbrak de wettelijke grondslag hiervoor. Met de inwerkingtreding van deze regeling kan binnen het bestuur een taakverdeling worden gemaakt, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen uitvoerende bestuurders en niet-uitvoerende bestuurders.

2. Een uniforme wettelijke grondslag voor de Raad van Commissarissen (RvC)
Een van de speerpunten van het rapport ‘Een lastig gesprek’ van de Commissie Halsema in 2013 ziet op het introduceren van een wettelijke grondslag voor het instellen van een Raad van Commissarissen voor alle rechtspersonen. Tot voorheen was deze wettelijke grondslag alleen gegeven voor de NV/BV en de coöperatie.

3. Een uniforme norm voor de taakvervulling door bestuurders en commissarissen
In het BW is op dit moment alleen bij de NV/BV – en deels de coöperatie – een norm- en taakstelling voor bestuur en toezicht gegeven. Met de inwerkingtreding van de Wbtr wordt deze norm- en taakstelling voor alle rechtspersonen geïntroduceerd.

4. Ontstentenis- en beletregeling bestuurders en commissarissen
Voor alle rechtspersonen dienen de statuten voorschriften te bevatten omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van elk van de bestuurders en commissarissen.

5. Uniformering van de tegenstrijdigbelangregeling voor besluitvorming bestuurders en commissarissen
Met de invoering van de Wbtr gaat de tegenstrijdigbelangregeling in de vorm van een besluitvormingsregel voor alle rechtspersonen gelden. Wanneer een bestuurder op grond van een tegenstrijdig belang geen besluit mag nemen, wordt het besluit genomen door de RvC.

6. Aansprakelijkheidsgronden bestuurders en commissarissen
Met de Wbtr wordt een drietal gronden voor bestuurdersaansprakelijkheid voor alle rechtspersonen geüniformeerd. Hierdoor gaan de bepalingen over de interne aansprakelijkheid, de externe aansprakelijkheid en de misleidende jaarrekening – die al gelden voor de NV/BV – ook gelden voor de vereniging, coöperatie en de stichting.

7. Uniformering ontslag stichtingsbestuurder met andere bestuurders
Het ontslag van de stichtingsbestuurder wordt gelijkgetrokken met het ontslag van bestuurders van andere rechtspersonen.

8. Ontslag bestuurders en commissarissen van de stichting door de rechtbank
Een bestuurder van een stichting die zich schuldig maakt aan wanbeheer kan op verzoek van het openbaar ministerie of iedere belanghebbende, ontslagen worden door de rechtbank. De Wbtr moderniseert en verruimt de ontslaggronden voor de stichtingsbestuurder en introduceert een vergelijkbare regeling voor het ontslag van de stichtingscommissaris.

Uitstel

Op de valreep zijn twee onderdelen van deze wet tot nader order uitgezonderd van inwerkingtreding: de ontstentenis- en beletregeling bij de NV, en de wettelijke grondslag voor het monistische bestuursmodel, ook wel one-tier board (OTB) genoemd, bij alle stichtingen, verenigingen en coöperaties. De ontstentenis- en beletregeling is uitgezonderd van inwerkingtreding omdat de wetgever is vergeten om hier een overgangsregeling voor te treffen.  De oorzaak van het uitstel van de wettelijke grondslag voor de OTB is gelegen in het ontbreken van de technische mogelijkheid voor stichtingen, verenigingen en coöperaties om in het handelsregister (KvK) aan te geven of een bestuurder ‘uitvoerend’ of ‘niet-uitvoerend’ is.

Thies de Kroon en Joost Kramer zijn werkzaam bij Raadsondersteuning. Raadsondersteuning faciliteert, adviseert en optimaliseert de inrichting, inbedding en het functioneren van het toezicht.