‘Leiden is fascinerend, maar óók een stevig métier’

René Weijers heeft al sinds zijn militaire dienst een grote fascinatie voor leiderschap. Na zijn werkzame tijd bij Fokker werd hij onafhankelijk bestuursadviseur en promoveerde tien jaar geleden aan de Universiteit van Tilburg op het onderwerp Goed Bestuur met zijn proefschrift Dienen en Deugen, kracht & kwetsbaarheid van topbestuurders. Hij besloot zijn interesse verder uit te kristalliseren in Wat er werkelijk toe doet. ‘In feite is dit boek een vernieuwde reflectie op de essentie van goed bestuur en leiderschap.’

Waarom is het lastig om een leider te zijn?
‘Veel leiders ervaren hun rol natuurlijk allereerst als inspirerend en uitdagend, maar er is ook een keerzijde aan omdat er fysiek en mentaal veel van je wordt gevraagd. Je werkt natuurlijk niet in je eentje, maar samen met een grote groep mensen, in het directe contact en virtueel. Toch sta je er bij finale beslissingen, als het er echt op aankomt, uiteindelijk wel alleen voor. Je moet dus om kunnen gaan met verantwoordelijkheid en met onvoorspelbaarheid, onzekerheid en alle verwachtingen die er zijn. Zeker nu, in tijden van crisis, zijn er dagelijks nieuwe verrassingen. De problemen zijn complex, taai en soms intimiderend groot. De eenvoudige oplossingen zijn meestal al lang uitverkocht. Je moet het overzicht bewaren, rustig blijven en een begaanbaar pad weten te vinden in grillige omstandigheden. Ook sta je voortdurend bloot aan kritiek. Die gaat dankzij de sociale media 24 uur per dag door en is lang niet altijd op feiten gebaseerd. De kritiek is soms terecht, maar dikwijls ongenuanceerd en gemakkelijk vanaf de comfortabele zijlijn. Leiden is fascinerend, maar óók een stevig métier.’

Wat maakt iemand een goede leider?
‘Goede leiders zijn oprecht geïnteresseerd in wat er in de frontlinie van hun bedrijf gebeurt en gaan op een natuurlijke manier met hun mensen om. Ze willen weten wat het verschil tussen succes en falen bepaalt. Ze zijn zowel rationeel in hun gedrag als relationeel en empathisch, en weten om te gaan met hun eigen emotionaliteit en die van een ander. Al gaat dat natuurlijk ook wel eens mis. Ware leiders tonen, juist onder moeilijke omstandigheden, een menselijk gezicht. Ze doen ‘normaal en gewoon’. Leiderschap is eerder een kunst dan een kunde en het is zeker geen trucje. In mijn boek maak ik een onderscheid tussen echte top en quasi top: echte top is echt, oprecht, zelfbewust en interactief; quasi top is arrogant, listig, zelfgenoegzaam en mijdt het gesprek.’

Leiderschap is geen trucje, leg die eens uit.
‘Het wemelt van de instrumenten, sommige zijn bewezen goed, maar mensen die het verschil maken laten zich daar niet door leiden. Goed leiderschap moet vooral uit de man of vrouw zelf komen. Dan is het toch eerder een kunst, dan een kunde. Je ziet ze natuurlijk wel, leiders die trucjes gebruiken, maar dat is het eigenlijk nét niet. Mensen houden bovendien van leiders die zichzelf zijn. En dat betekent niet dat ze geen fouten mogen maken. Zolang die niet te groot zijn, kunnen ze zelfs een beetje charmant zijn. Het blijft natuurlijk ook in de top mensenwerk.’

Wat er werkelijk toe doet bevat acht thematische persoonlijke beschouwingen over onder meer taal, filosofie en geschiedenis en zijn doorspekt met quotes uit de literatuur, de krant en de wereld van de (klein)kunst en de muziek. Hoe ben je tot deze benadering gekomen?
‘Ik verzamel al zo’n dertig jaar mooie citaten en passages over leiderschap uit de literatuur en de krant en dit heeft geresulteerd in een gevarieerd archief waar ik graag iets mee wilde doen. Daarnaast heb ik een grote interesse in de kleinkunst- en theaterwereld. Cabaretiers kunnen op een artistieke, speelse en filosofische manier ons een spiegel voorhouden. En natuurlijk zijn er de inzichten uit mijn adviespraktijk. Kunnen deze drie inspiratiebronnen samen een boek vormen vroeg ik mij af, want juist die combinatie maakte het voor mij boeiend. Net zoals in mijn proefschrift destijds, zocht ik naar de ‘lange lijn’ in de tijd, een samenhangend en tijdloos verhaal over leiderschap.’

Wat zijn de drie meest waardevolle lessen uit je boek?
‘We leven steeds meer in een instrumentele, digitale omgeving, maar taal, toonzetting en sfeer bepalen of je samen kunt bouwen aan een opgave die er werkelijk toe doet. Natuurlijk zijn digitale hulpmiddelen fantastisch, maar de rechtstreekse ontmoeting en de gesproken taal maken het mogelijk om elkaar echt te verstaan en aan te voelen. Een tweede les is dat je je niet te veel door modes, hypes en jachtigheid moet laten leiden en zoveel mogelijk  authentiek moet blijven: een eigen wijze weg gaan zonder eigenwijs te zijn. Maar vooral, tijdens mijn promotieonderzoek ontdekte ik dat goede leiders bekwaam én deugdzaam zijn. Ze dienen én ze deugen: ze dienen door bekwaam om te gaan met complexiteit en onzekerheid én ze deugen omdat ze varen op een moreel kompas. Dat blijkt een baken door de tijd. Kijk bijvoorbeeld naar leiders zoals Nelson Mandela of Angela Merkel, in het besef overigens dat dit leiderschap van de buitencategorie is.’

Je schrijft in je boek dat ‘tijd voor effectieve leiders eerder een bondgenoot is dan een bron van stress’. Wat bedoel je daarmee?
‘Goede leiders zien tijd vooral als ruimte om gestaag en geduldig aan een uitdaging te werken en nieuwe perspectieven te ontwikkelen. Ze laten zich niet gek maken door de druk van de tijd. Ook brengen ze rust in het spel. Ze bieden ruimte en nemen de tijd. Ze laten zich niet leiden door de waan van de dag. Ze halen de stress uit het proces. Handelen op de korte termijn staat in het perspectief van de geambieerde positie op de langere termijn. Ze kunnen zowel goed vertragen als versnellen. Gevoel voor timing en tempo is een belangrijke kwaliteit.’

Je boek bevat veel mooie quotes en gedichten, heb je een favoriet?
‘Dat is denk ik het lied Ik ben zo vaak opnieuw begonnen van Paul van Vliet, waarin hij de verbinding maakt tussen verleden, heden en toekomst en daarmee heel mooi de essentie van verandering weergeeft. Goede leiders kunnen namelijk wijs omgaan met verandering en zetten zich niet af tegen het verleden. Ze beseffen dat in de oorsprong de voorsprong zit. Ze nemen wel selectief afscheid van het verleden, maar gebruiken vooral de goede dingen die er al zijn als een springplank om naar voren te bewegen.’

‘Ik ben zo vaak opnieuw begonnen
En niet zo’n beetje nieuw, maar radicaal
Ik heb zo vaak iets nieuws verzonnen
Waarvan ik dacht: dit is het helemaal

Ik ben zo vaak opnieuw begonnen
Dan dacht ik: Nu ben ik los van toen
Nu heb ik het verleden overwonnen
Van vandaag af ga ik alles anders doen

Maar in vandaag ligt een deel van het verleden
En dat samen neem je weer naar morgen mee
En uit de dingen die we gisteren deden
Ontstaat uiteindelijk weer een nieuw idee’.

(Passage uit het lied Ik ben zo vaak opnieuw begonnen van Paul van Vliet)


 

 

Wat er werkelijk toe doet. Inspiratie voor leiders.
René Weijers
Mediawerf
144 blz, Nederlands
ISBN: 9789490463885

Meer weten of het boek bestellen? Klik hier