Kunstmatige intelligentie: waarom elke commissaris en toezichthouder de kansen en risico’s moet kennen

Dat kunstmatige intelligentie verder gaat dan gepersonaliseerde advertenties of een gerobotiseerde helpdesk, is inmiddels gemeengoed. Desondanks beschikt het merendeel van de commissarissen en toezichthouders niet over voldoende kennis om technologische ontwikkelingen aan te jagen én te beheersen, zegt strategieconsultant en commissaris Willem Peter de Ridder. ‘Dat bedreigt de continuïteit van organisaties.’

De cijfers liegen niet. In 2019 deed het Nationaal Register onderzoek naar hoe het gesteld is met de digitale transformatie in Nederlandse boardrooms en daaruit bleek dat slechts een kwart van de ondervraagde commissarissen en toezichthouders over voldoende kennis meende te beschikken om gesprekken met het bestuur over ICT en digitalisering te kunnen voeren. Nog erger: slechts een procent van de bestuurders achtte zijn RvT/RvC capabel op het vlak van digitale transformatie. ‘Voor velen is het nog een ver-van-mijn-bed-show,’ bevestigt strategieconsultant Willem Peter de Ridder. ‘Terwijl er geen ontkomen meer aan digitalisering, robotisering en kunstmatige intelligentie is. Er is geen organisatie die er niet mee te maken heeft.’

Digital savvy

De Ridder is directeur van Futures Studies, waarmee hij organisaties ondersteunt bij het formuleren van een toekomstbestendige strategie rond digitale transformatie. Daarnaast is hij initiatiefnemer van twee programma’s over kunstmatige intelligentie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De Ridder: ‘Mijn stelling is dat kunstmatige intelligentie te weinig op de agenda staat. Commissarissen en toezichthouders moeten gesprekspartner van het bestuur kunnen zijn over dit onderwerp. Dat gebeurt nu te weinig. Terwijl onderzoek van MIT laat zien dat boards die ‘digital savvy’ zijn, beter presteren. Dan is het wel handig als een aantal mensen in de RvT/RvC dat gesprek kan voeren.’

De reden dat De Ridder zich specifiek zorgen maakt over kunstmatige intelligentie, is de enorme economische transformatie die de ontwikkeling met zich meebracht. Organisaties die er niet in mee gaan, worden bedreigd in hun continuïteit. ‘Kunstmatige intelligentie wordt niet voor niets de vierde industriële revolutie genoemd’, zegt hij. ‘Het raakt ieder businessmodel, iedere organisatie, iedere baan. Een hele hoop organisaties ervaren concurrentie van ‘digital natives’ die de markt ontwrichten. Bij zo’n organisatie als Coolblue zit het in het DNA om klanten en processen slimmer te benaderen. Als jouw organisatie dat niet doet, heb je het nakijken.’ De Ridder benadrukt dat strategie weliswaar de verantwoordelijkheid is van het bestuur, maar dat de RvT/RvC het onderwerp moet agenderen als deze concludeert dat er te weinig gebeurt. ‘In de governance code wordt digitale transformatie niet expliciet besproken, maar continuïteit valt wel onder de verantwoordelijkheid. Als cijfers uitwijzen dat een organisatie technologisch niet is aangehaakt, moet je je afvragen of je een goede bestuurder hebt zitten.’

Aanjagen en beheersen

De reden waarom commissarissen en toezichthouders volwaardige gesprekspartners moeten zijn op het vlak van kunstmatige intelligentie, is volgens De Ridder tweeledig. ‘Ten eerste gaat het om het signaleren van kansen. De ontwikkelingen gaan nu zo hard, we hebben meer data beschikbaar dan ooit tevoren. De toepassingen variëren van het efficiënter en goedkoper maken van bestaande processen, tot nieuwe producten en diensten of zelfs heel nieuwe businessmodellen.’ De effectiviteit is al bewezen, benadrukt De Ridder. ‘Bijvoorbeeld businesscases rond retentie, waarbij je op basis van data voorspelt wanneer klanten opstappen en actie onderneemt om ze te behouden. Dat levert bijna altijd goede resultaten op. De andere kant van de medaille is risicobeheersing bij de implementatie van kunstmatige intelligentie: ‘Data zijn de grondstof voor kunstmatige intelligentie en heel veel organisaties onderschatten het belang ervan nog. Je moet als commissaris of toezichthouder vragen kunnen stellen over wat er is geregeld rond privacy en eigendom en beheer van data.”

De Ridder erkent dat het bewustzijn over data in de governance toeneemt, maar daar stopt het niet: ook moet men snappen hoe algoritmes ingezet worden. ‘Het moet een bewuste keuze zijn welke beslissingen we aan machines overlaten. Een verkeerde filmsuggestie op Netflix is niet zo’n ramp. Maar bij een verzekeraar die wel of geen schadevergoeding toekent, een ziekenhuis dat een diagnose stelt, of andere voorbeelden van reputatieschade, is zo’n ‘black box’ niet acceptabel. Uiteindelijk blijf je als organisatie verantwoordelijk voor de uitkomst.’

Demystificeren

In de masterclass Kunstmatige intelligentie voor commissarissen en toezichthouders poogt De Ridder als eerste het begrip kunstmatige intelligentie te demystificeren. ‘Dat begrip suggereert een beeld dat vaak afkomstig is uit science fictionfilms, terwijl de technologie dat soort dingen helemaal niet kan. Het is uiteindelijk niet meer dan geavanceerde data-analyse.’ Deelnemers hebben dan ook geen verregaande ICT-kennis nodig, benadrukt hij. ‘We focussen op wat je ermee kunt. Als je dat snapt en je kent je organisatie, kun je de lijnen verbinden.’

Uiteraard staan de technologische ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie niet stil. De volgende fase is het zogenaamde reinforcement learning, waarbij een algoritme zelf de data simuleert waar het beslissingen op baseert. Maar, benadrukt De Ridder, de kansen voor organisaties zitten niet zozeer in wat toekomstige technologie brengt, maar wat we ermee doen. ‘De bottleneck is niet de techniek, maar de implementatie. Uiteindelijk draait het om de menselijke creativiteit waarmee we een nieuw businessmodel bedenken.’