‘Je doet dit werk meer met je buik, dan met je hoofd’

Stefan Peij is governance-expert, directeur van de Governance University en sinds anderhalf jaar op vrijwillige basis extern lid van de auditcommissie van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

“Het ministerie van Justitie en Veiligheid is een omvangrijke organisatie met veel afdelingen, er zijn bijna 115.000 mensen in dienst en de organisatie heeft daardoor een complexe governance. De auditcommissie bestaat uit de bestuursraad van het ministerie en vier externe leden. Vaak zijn de externen accountants, maar ze wilden bij het ministerie vanuit het oogpunt van good governance graag iemand met specialistische kennis. Ik heb Jan Nooitgedagt mogen opvolgen, een hele eer natuurlijk. Normaal gesproken gaan de sollicitaties via een publiek traject, maar omdat er haast bij geboden was ben ik rechtstreeks benaderd. Dat ging behoorlijk officieel met een brief met handtekening van Ferd Grappenhaus. Bijzonder wel om zo’n brief te mogen ontvangen.

“Het is bijna een soort mindfulness”

De eerste keer dat ik bij een vergadering zat brak het koude zweet me uit. Ik had het idee dat ik van heel veel verschillende onderwerpen ineens een hoop moest afweten. Het ministerie gaat onder meer over immigratie, strafrecht, de afpakketen, re-integratie, het gevangeniswezen en terrorisme. Het is zoveel dat het bijna niet te bevatten is. Ik heb direct een paar collega’s aan hun jasje getrokken. Hoe doen jullie dit? Hoe kan ik een zinnig antwoord geven op soms nogal inhoudelijke kwesties? Wat blijkt? Zij horen het verhaal van iemand aan en luisteren dan naar hun onderbuikgevoel. Gaat het deze persoon lukken om dit project te doen, ja of nee? Dit was voor mij een grote verrassing. Je doet dit werk eigenlijk niet met je hoofd, maar vooral met je buik. Het is bijna een soort mindfulness. Je moet heel erg aanwezig zijn tijdens de vergaderingen, vooraf ben je goed ingelezen maar tijdens de vergaderingen kijk je goed, luister je goed en voel je of het klopt wat er gezegd wordt.

The greater good

De auditcommissie houdt hoofdzakelijk toezicht op de bedrijfsvoering van het beleidsdepartement van het ministerie. Daarbij richten wij ons vooral op de SG’s en DG‘s. Onder hen is regelmatig verloop. Daarover spreken wij met de bestuursraad. En we nemen altijd de tijd om kennis te maken met de nieuwe topambtenaren en te horen wat hun plannen en ideeën zijn. Ook bel ik geregeld met beleidsmedewerkers zodat ik word bijgepraat over inhoudelijke kwesties en ik lees een hoop stukken. Ik denk niet dat dit werk anders is als betaalde kracht. Je steekt er evenveel tijd in en draagt dezelfde verantwoordelijkheid. Ik vind het vooral mooi en zingevend dat ik maatschappelijk iets bij kan dragen. Ik heb eerder vrijwilligerswerk gedaan, zoals bij de lokale hockeyclub en ga wel eens langs de deuren met een collectebus. Ik vind het één niet beter dan het ander, al deze functies hebben zo hun charme. Bij de hockeyclub vond ik het leuk dat ik iets kon betekenen voor de lokale sporter en had je gezellig met iedereen een babbeltje, bij het ministerie vind ik het leuk dat ik mijn kennis beschikbaar kan stellen en dat het intellectueel een uitdaging is. Of ik nou honderd euro met de collectebus ophaal of met veertien miljard bij het ministerie te maken heb, het is allemaal even belangrijk. Ik doe het voor the greater good.”

 



De nieuwste editie van Goed Bestuur en Toezicht die in juni is verschenen staat in het teken van de vrijwillige bestuurder en toezichthouder. De komende tijd verschijnen er portretten van vrijwillige bestuurders en toezichthouders op het Platform voor Governance. Waarom doen zij dit werk op vrijwillige basis? Wat zijn hun drijfveren? En waar lopen ze tegenaan?