“Diversiteit in de raad komt de langetermijnwaardecreatie ten goede”

Lange tijd ging het in de corporate governance (‘goed ondernemingsbestuur’) vooral om het aandeelhoudersrendement. Hoeveel winst maakt een bedrijf? En wat levert het de aandeelhouders op? In de afgelopen jaren wint langetermijnwaardecreatie aan terrein.

Het is natuurlijk niet alsof de waarde van iets anders dan geld nooit belangrijk voor bedrijven is geweest. “In Nederland stond het stakeholdersmodel, in tegenstelling tot het shareholdermodel in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, al vaker centraal”, nuanceert TIAS-hoogleraar en econoom Mijntje Lückerath-Rovers. “Belangrijk verschil is dat er in de afgelopen jaren een groter algemeen besef is gekomen dat we breder moeten kijken dan alleen het financiële plaatje. De vraag ‘wat doet het er toe’ wordt nu duidelijk gesteld. Maar dan kom je wel bij de volgende uitdaging, want hoe meet je dat? Hoe maak je langetermijnwaardecreatie expliciet?”

Werknemerstevredenheid

Lückerath-Rovers ontwikkelde hiervoor een kwadrant waarin de twee perspectieven van economische en sociale waardecreatie onderverdeeld kunnen worden in interne en externe waardecreatie. Onder economische interne waardecreatie vallen bijvoorbeeld ondernemerschap, innovatie en fusies. Onder extern horen de financiële prestaties zoals het aandeelhoudersrendement, maar ook het aflossen van financiers en het betalen van belasting. Bij sociale interne waardecreatie draait het onder meer om cultuur, werknemerstevredenheid en veiligheid op de werkvloer en bij de extern sociaal kan je denken aan milieu, klanttevredenheid en duurzaamheid. “Al deze onderdelen hangen nauw met elkaar samen en hebben effect op elkaar. Is bijvoorbeeld de interne cultuur niet motiverend en hebben medewerkers het niet naar hun zin, dan kan je niet meer kiezen uit de beste sollicitanten. Dit heeft weer zijn weerslag op je productie en resultaten en uiteindelijk ook op de aandeelhouderswinst. Bestuurders en commissarissen moeten hierin dus altijd afwegingen en de juiste keuzes maken.”

“We zijn steeds meer tot het inzicht gekomen dat variatie in een raad belangrijker is dan ervaring”

En dat is volgens de TIAS-hoogleraar zeker niet altijd makkelijk. “Eigenlijk ben je als toezichthouder vooral bezig met dilemma’s die ook nog eens veel verschillende partijen aangaan. Belangrijk is dat je in de raad met elkaar blijft praten en ik denk dat een training voor dit vakgebied zinvol kan zijn, maar eerlijk, het is gewoon geen harde wetenschap. Er worden fouten of verkeerde inschattingen gemaakt en daar moet je mee om kunnen gaan. Als je bang bent om risico’s te nemen of het moeilijk vindt fouten toe te geven, kan je misschien beter iets anders gaan doen. If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.” Een leidraad die ze geeft voor het maken van keuzes is het nastreven van een goede structuur. “En die krijg je door onder meer de bouwstenen voor een goed functionerende raad op orde te hebben. Daar hoort ook het vermogen bij dat je zowel vooruit áls achteruit kunt kijken, dat je bestuurders voldoende uitdaging biedt maar ook kritisch kunt zijn op hun functioneren, dat je verantwoording kunt afleggen aan stakeholders en dat je zorgt voor een diverse samenstelling van de raad.”

Nieuwe businessmodellen

Want een te homogene samenstelling van de raad is een beruchte valkuil die kan leiden tot vooringenomenheid met als risico dat er geen juiste keuzes worden gemaakt is. “Daarom is diversiteit cruciaal. Als iedereen in de raad dezelfde leeftijd en achtergrond heeft, krijg je al snel dezelfde perspectieven op tafel en kan het zomaar zijn dat je gezamenlijk zonder dat echt door te hebben een verkeerde kant op gaat.” De afgelopen jaren is er wel een trend zichtbaar waarin stereotypische selectiecriteria meer zijn los gelaten en wordt er gezocht naar bijvoorbeeld meer vrouwen of jonge mensen. Denk bijvoorbeeld aan de wens om het bedrijf te digitaliseren of op nieuwe businessmodellen voor te bereiden. Het ligt dan in de lijn der verwachtingen om hiervoor jong bloed aan te trekken. “Lange tijd werd gedacht dat je per se bestuurservaring opgedaan moet hebben of uit de sector moet komen om in een raad te gaan, maar we zijn steeds meer tot het inzicht gekomen dat variatie belangrijker is. Iemand kan misschien een uitstekende kandidaat zijn, maar is hij of zij ook de juiste kandidaat voor het team? Het is dus prima dat drie van de vijf die ervaring hebben opgedaan of uit de sector komen en twee niet, dat is juist verfrissend.”

Ook voor een betere man-vrouwverdeling is de laatste veel aandacht. Lückerath-Rovers is initiatiefnemer van de Female Board Index en daaruit blijkt dat langzaam meer vrouwen in topfuncties doorstromen. Zo is nu bijna dertig procent van de commissarissen een vrouw bij beursgenoteerde bedrijven. “Dat is heel mooi, echter is nog maar twaalf procent in de raad van bestuur bij beursgenoteerde bedrijven een vrouw. En als we kijken naar verschillende culturele achtergronden dan is er zeker nog een wereld te winnen. Wel is er een kentering gaande. Je ziet nu dat er meer openheid en meer interesse voor andere competenties is gekomen. Er is wat dat betreft een groeiend bewustzijn ontstaan dat waardecreatie vooral succesvol kan zijn als er meer diversiteit en dus meer perspectieven worden nagestreefd.”


 

In deze snel veranderende tijd komen er veel nieuwe ontwikkelingen zoals digitale transformatie op organisaties af. Om een antwoord te kunnen formuleren op deze nieuw ontwikkelingen heb je een frisse blik, eigentijdse kennis en kunde nodig. In de  Negen bouwstenen voor high performing toezichtsorganen van prof. dr. Mijntje Lückerath, hoogleraar Corporate Governance aan TIAS School for Business and Society, kom jij erachter hoe jij als beginnend commissaris of toezichthouder van waarde kan zijn.

De onepager gaat onder meer in op:

  • De 9 bouwstenen van high performing toezichtsorganen
  • Welke competenties jij nodig hebt om je taak effectief uit te voeren
  • Welke uitdaging je aan gaat als je besluit commissaris te worden

 


 

© TIAS

Mijntje Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan TIAS Tilburg University. Haar onderzoek richt zich op de rol van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur en corporate governance, met name waar het gaat om langetermijnwaardecreatie en boardroomdynamics. Ze is de auteur van de jaarlijkse Nederlandse Female Board Index en co-auteur van het jaarlijkse Nationaal Commissarissen Onderzoek. Daarnaast is of was zij lid van de Raad van Commissarissen van Achmea, NRC Media, Diergaarde Blijdorp, KNGF Geleidehonden en de ASN Beleggingsinstellingen.